Topsporters moeten regelmatig voor hun wedstrijden of trainingsstages lange vliegreizen maken, bijvoorbeeld naar de Olympische Spelen, Europese en Wereldkampioenschappen of World Leaguewedstrijden. Door het reizen ontstaat vaak vermoeidheid, ook als weinig of geen tijdzones zijn gepasseerd. Deze vermoeidheid ontstaat doordat het dagelijkse ritme van de sporter verstoord raakt door de reis. Hoe groter de verstoring, hoe groter het nadelige effect op de prestatie [1,2]. Bij de vermoeidheid die optreedt na een reis is onderscheid te maken tussen algemene reizigersvermoeidheid en jetlag.